Griekenland · 3 resorts
Santorini is geologisch een uitzondering: het hele eiland is wat er overbleef na een vulkaanuitbarsting rond 1600 voor Christus. De zuidwestkant — de caldera — vormt een steile rotswand van 300 meter hoog, waarop de witte dorpen Fira, Imerovigli en Oia zijn gebouwd. Hier liggen de iconische caldera-suites met privé-infinity-pools die uitkijken over de Egeïsche Zee en de vulkanische eilandjes Nea Kameni en Palea Kameni. Aan de oostkant van het eiland vind je daarentegen vulkanische zandstranden zoals Perissa en Kamari, en de wijngebieden rond Pyrgos en Megalochori.
De drie resorts in deze gids liggen alle drie aan de caldera-kant. Canaves Oia en Katikies hebben hun thuisbasis in Oia, het meest fotografeerde dorp van de Cycladen en bekend om de zonsondergangen. Grace Hotel ligt iets zuidelijker in Imerovigli en heeft daardoor een breder uitzicht en minder drukte. Eerlijk gezegd is Santorini in juli en augustus overweldigend — cruiseschepen lossen tot 10.000 dagjesmensen per dag in Fira, en de smalle paden in Oia rond zonsondergang voelen aan als de Wallen in piekuur. Wie de magie van het eiland echt wil ervaren reist in mei, eind september of oktober.
De klassieker is een caldera-cruise per catamaran of traditionele kaiki, met stops bij Nea Kameni (vulkaankrater), warmwaterbronnen en Thirassia voor lunch. Akrotiri is een minoïsche opgraving die soms wordt vergeleken met Pompeï en is duidelijk de moeite waard voor cultuurliefhebbers. De wijngaarden rond Pyrgos serveren Assyrtiko, Athiri en de zoete Vinsanto — Domaine Sigalas en Santo Wines hebben de bekendste proeverijen met caldera-uitzicht. Voor wie wil zwemmen kies je Perissa of Vlychada aan de oostkust, want de caldera-kant heeft alleen kleine kiezelbaaitjes. Het Akrotiri-museum in Fira (Museum of Prehistoric Thera) is bij regen of in de middaghitte een goede culturele backup.